Zojuist verscheen ons boek Bloemen op de Begraafplaats. De aanpak van een complottheorie in Bodegraven. En wat we daarvan kunnen leren. Het resultaat van een onderzoek van ruim twee jaar, waarin we reconstrueren hoe bestuur, politie en justitie zijn omgegaan met de complottheorie die vanaf 2020 rond Bodegraven de kop opstak. En die niet alleen gepaard ging met verstoringen van de openbare orde, maar vooral ook met bedreiging en intimidatie van mensen in het hele land die zich volgens de aanjagers van het verhaal schuldig zouden hebben gemaakt aan satanisch-pedofiele rituelen. Of die geprobeerd zouden hebben het bekend worden van die vermeende misstanden tegen te gaan.
Onbekendheid, onderschatting en ongereguleerdheid trokken een zware wissel op het vermogen van de instanties om het gedrag van de aanjagers en volgers van het complotnarratief het hoofd te bieden. Niet verwonderlijk: voor veel betrokkenen was het de eerste keer dat zij te maken hadden met zo’n fenomeen uit The Onlife, de complexe combinatie van online en offline-wereld.
Het onderzoek diende dan ook mede om te kijken wat wetgever, (lokaal) bestuur, politie en justitie kunnen leren voor het voorkomen en beheersen van dergelijke fenomenen in de toekomst. Dat resulteerde in zeven lessen:
- Dit kan zo wéér gebeuren
- Signalen tijdig onderkennen, samenbrengen en duiden is cruciaal
- Monitoring: de onbalans tussen wat we kunnen, willen en mogen
- Bestuursrecht, strafrecht en civielrecht als potente mix
- Andere kijk op slachtoffers is (dringend) noodzakelijk
- Best persons en zachte waarden maken (het) verschil
- Digitale platforms” de ‘waakhond’ heeft geen tanden
Zie voor meer informatie het boek, gratis te downloaden via deze link. Een korte toelichting geef ik hier in het programma De NieuwsBV op NPO Radio 1 en hier in een uitgebreid interview in de Volkskrant. De komende tijd zullen we de bevindingen via workshops en presentaties delen met het professionele veld. Ook op aanvraag: daarover kunt u mij bellen of mailen.
Het onderzoek werd mogelijk gemaakt door het Programma Politie en Wetenschap. En ik spreek in het bovenstaande over ‘we’, omdat ik dit onderzoek niet alleen uitvoerde, maar samen met mijn gewaardeerde collega’s Hans Moors, Linde de Veen en Marius Koelink.