27
dec

Een rustige(re) jaarwisseling?

Dit jaar vier ik mijn 40-jarig professionele jaarwisselingsjubileum. Of eigenlijk zelfs 45-jarig jubileum: in 1980 deed ik als jong inspecteurtje van de politie in Den Haag mijn eerste jaarwisselingsdienst. Ik wist niet wat ik meemaakte… Maar vanaf 1985 werd het echt serieus, toen ik – met een klein team – een nieuwe, volstrekt contra-intuïtieve aanpak op de Haagse jaarwisselingsproblematiek losliet. In nauwe samenwerking met de buurten die meestal het zwaarst getroffen werden. En die het bijna burgeroorlogachtige verloop van de Haagse oud-en-nieuwviering binnen drie jaar achter de rug zou brengen. Andere Tijden gaf daar ooit nog een mooie terugblik op.

We omgaven de aanpak met stevig evaluatieonderzoek en vertaalden de opgedane inzichten in een door het ministerie van Binnenlandse Zaken uitgegeven – en inmiddels allang vergeten – handreiking voor het voorkomen van jaarwisselingsongeregeldheden. De jaren daarna ondersteunden of evalueerden we de aanpak die daaruit voortkwam in uiteenlopende plaatsen in het land. Met succes. We droegen er ook een (klein) steentje aan bij dat het carbidschieten in veiliger vaarwater terechtkwam. Met veel plezier was ik twee jaar geleden dan ook één van de twee keynotespeakers op het eerste landelijke carbidcongres; een congres waarop dat carbidschieten ook nog eens tot Immaterieel Erfgoed werd benoemd. Onderwijl was ik 2001 de ‘onderzoeksleider achter de schermen’ van de Commissie Alders, die de vreselijke nieuwjaarsbrand in Volendam onderzocht. En ik bleef steeds meekijken (en soms meedenken) bij de beheersing van de viering in veel van de bekende Gallische jaarwisselingsdorpjes: van Duindorp tot Veen, van Floradorp tot Scheveningen.

Met de securitiseringswind die inmiddels door Nederland waait (en met de steeds verder uitgeholde lokale politie) lijken de in al die jaren door bestuur en politie opgedane lessen weer uit het collectief geheugen te verdwijnen. En lijken we weer terug te vallen op strategieën die eerder juist olie op het vuur bleken (en de huidige  polarisatie nog eens aanwakkeren): verbieden en repressief optreden.

Natuurlijk, ik ben niet naïef, de opkomst van Cobra’s en ander illegaal vuurwerk  hebben de jaarwisseling de afgelopen jaren wezenlijk veranderd. Het a.s. vuurwerkverbod brengt nog weer een volgende verandering. Maar dat moet juist een éxtra aansporing zijn om bij de jaarwisseling het verstand (én de betrokken lokale gemeenschappen) te laten spreken. De lessen die we de afgelopen decennia hebben opgedaan zijn daarbij mijns inziens nog steeds van waarde. Ze zijn samen te vatten in 10 punten:

  1. Zie de jaarwisseling niet als een handhavingsvraagstuk, maar als een vraagstuk van gedrags- en traditieverandering. Dat opent de weg naar een andere manier van denken en doen.
  2. De 80–20-regel geldt ook hier. Tachtig procent van het effect komt uit preventie. Met 20% doordachte repressie als onontbeerlijk steuntje in de rug.
  3. Alles wat je aandacht geeft wordt groter. Leg in aanpak en communicatie de nadruk dus op wat je wél wilt zien, niét op wat je niét wilt zien.
  4. (Louter) verbieden helpt niet, kanaliseren wel. Stimuleer dus de groei van alternatieve vieringsvormen.
  5. Snap daarvoor de maatschappelijke dynamiek in de buurten en gemeenschappen waarin zich ongeregeldheden voordoen. En begrijp wat de sociale, expressieve en zelfs identitaire drijfveren daarvan zijn.
  6. De sleutel voor succes ligt in de voorfase. Door dán al – samen met informele leiders uit buurt of gemeenschap – de toon te zetten. Wie pas in de nacht zelf in actie komt heeft het nakijken.
  7. Doorbreek in de oudejaarsnacht de monocultuur op straat van bezopen (of doorgesnoven) jonge mannen. Vraag je dus af hoe je het ook voor ouderen en vrouwen aantrekkelijk kan maken op straat te zijn. Tijdens oud en nieuw is de sociale controle immers niet dood. Maar moet je die wel een zetje geven.
  8. Repressie zit niet in stoere woorden, maar in concrete daden. Realiseer je dan dat het aantal aanhoudingen tijdens de jaarwisseling de afgelopen tien jaar juist twee keer zo snel is gedaald als het aantal incidenten.
  9. Een succesvolle aanpak vereist jaarlijks onderhoud. Op ambtelijke of bestuurlijke routine gaan draaien is de dood in de pot. De Haagse strandvuren kunnen daarbij tot voorbeeld strekken.
  10. Stop met overdrijven over de omvang van de problemen. Dat werkt in de politieke arena, maar is in de buurten en gemeenschappen waar het om gaat alleen maar olie op vuur. Dat vraagt bij de autoriteiten bijvoorbeeld een zorgvuldigere omgang met de cijfers; een wat kritischer houding zou ook de media sieren.