17
mrt

Over Corona, Hawaii en het voorkomen van nodeloze spanningen

 

In de ochtend van 13 januari 2018 kregen de inwoners van Hawaii een schokkend bericht op hun mobieltjes. Een officieel overheidsbericht. “Ballistic missile threat inbound to Hawaii. Seek immediate shelter. This is not a drill.”. Het was net de tijd dat de spanningen tussen de V.S en Korea hoog opliepen. Hawaii was het enige stukje Amerikaans grondgebied dat Kim Jung Il met een nucleaire raketlading kon bereiken. De optelsom was dus snel gemaakt: het eiland zou geraakt worden door een nucleair projectiel. Je zou denken dat dat tot massale paniek onder de bevolking zou leiden, want geschikte schuilplaatsen waren niet voorhanden. De reactie onder de bevolking was echter vrij rustig. Maar wel heel verschillend.

Een deel van de bevolking deed precies wat werd gevraagd: dekking zoeken. Sommigen zochten razendsnel een schuilplaats in het stevigste gebouw wat ze maar vonden in de buurt. Anderen vielen terug op wat ze ‘ooit’ van de overheid hadden gehoord en lieten thuis hun bad vollopen. Dat moest dekking bieden. Een tweede deel koos een fatalistischer opstelling. Tegen een nucleaire bom zou immers niets bestand zijn. Dus belden zij geliefden om afscheid te nemen, schonken zichzelf een mooi glas wijn in om het leven in stijl af te sluiten of zetten zich met een kop koffie en de kat op schoot op de veranda om daar ‘het vuurwerk af te wachten’. Er was ook nog een derde groep. Die deed helemaal niets. Ging gewoon verder met het sproeien van het tuingazon of draaide zich nog eens lekker om in bed. En waarom? Het bericht was volledig aan hen voorbijgegaan.

Het – waar gebeurde – voorbeeld laat zien hoe verschillend mensen onder een extreme dreiging kunnen reageren. Ook bij veel andere, recente crises hebben we kunnen leren hoe mensen zich gedragen wanneer zij zich onveilig voelen. Over hoe de psychologie van de veiligheid werkt. Bij terrorisme bijvoorbeeld. Natuurrampen. Of bij de recente financiële Lees verder

15
mrt

COVID-19: onderschatting is ons grootste risico

De afgelopen tijd zat ik al in zelf-verkozen afzondering. Ik wilde beter doorgronden hoe gedachten over veiligheid en onveiligheid zich door de samenleving verspreiden. Onze normale, lineaire manier van denken schiet hier namelijk tekort; om verder te komen hebben we complexiteitsdenken nodig. Dus legde ik mij de afgelopen tijd toe op het integreren van de studie van veiligheidsbeleving met complexity science. Door die bril ga je de samenleving zien als een complex adaptive system, met mechanismen en patronen die pas opvallen als je het lineaire denken loslaat.  Met vooral ook de combinatorial explosion van interacties tussen de verschillende ‘agenten’ in dat systeem (mensen, organisaties) die verklaart hoe gedachten over (on)veiligheid zich veel sneller verspreiden dan we vanuit ons lineaire denken gewend zijn. Niet toevallig noemen we dat in het dagelijkse spraakgebruik het ‘viraal’ gaan van informatie: het gaat om exact hetzelfde patroon als waarmee virussen zich verspreiden. Complexiteitsdenken laat zien dat dat harder en onverbiddelijker gaat dan we geneigd zijn te denken. Dat is het eerste punt dat ons tot voorzichtigheid moet manen.

Uit de leer van veiligheidsbeleving weten we nog een tweede ding. En dat is dat we soms veiligheidsrisico’s overschatten, maar vaak ook onderschatten. De zogenaamde optimism bias zorgt ervoor dat mentaal gezonde mensen als het ware door een roze bril naar de Lees verder

17
jan

Een goed gesprek over geweld tegen de politie (GTPA)

Neemt geweld tegen de politie (GTPA) nu inderdaad toe? Of is de politie er vooral gevoeliger voor geworden en zetten we er daarom meer het vergrootglas op? En is het verstandig om daarover zo prominent het politiek-maatschappelijke debat te voeren? Daarover ging ik gisteren op de NIK Themadag met zo’n 150 politiemensen het gesprek aan, verspreid over vier workshops. Dit op uitnodiging van Ruud Verkuijlen, de Lees verder

9
jan

De jaarwisseling als beeldenstrijd? Een beetje tegenwicht.

Ik heb mijzelf in deze maanden thuis opgesloten om – eindelijk – de laatste hand te leggen aan mijn proefschrift. Niets kan mij storen. Of beter……bijna niets. Ik verdiep me immers in veiligheidsbeleving. In publieke percepties van veiligheid. Daarom kan ik de laatste jaren de Nederlandse jaarwisseling niet aan me voorbij laten gaan. En zeker niet de discussies daarover. Want hoewel deze lijken te gaan over wat er werkelijk gebeurt (‘objectieve veiligheid’), is het één grote mengelmoes van percepties van wat er gebeurt. Met verschillende frames en betekenisgeving, vaak ingegeven door electorale, institutionele, commerciële en private belangen. Subjectieve veiligheid in optima forma.

De beeldenstrijd die zich daarbij de afgelopen jaren ontwikkeld heeft is dit jaar tot een nieuw hoogtepunt (en mogelijk zelfs kantelpunt) gekomen. In die strijd wordt kwistig gestrooid met ogenschijnlijk solide cijfers die bij nadere beschouwing drijfzand blijken zijn. Met tranentrekkende anecdoten die bij enige verdieping ook heel anders kunnen worden uitgelegd. Wordt er gepleit voor maatregelen die weliswaar flink en stoer klinken, maar die door elke eerstejaars student criminologie als niet werkzaam naar de prullenmand zouden worden verwezen. Of wordt er gewaarschuwd voor averechtse effecten, die bij enige verdieping elke fundering missen. Lees verder

20
sep

Merendeel publiek accepteert het gezag van de politie prima

Neemt het geweld tegen de politie nu werkelijk toe? Of is de discussie die de afgelopen weken oplaaide een reflectie van iets heel anders: de strijd tussen  werkvloer en politiebonden enerzijds en korpsleiding en minister anderzijds. Een korte analyse.

Het was een interessante mediastorm die de afgelopen weken oplaaide. Een agent wordt van achteren neergeslagen wanneer hij een luidruchtige trouwstoet aanspreekt. Beelden ervan gaan viraal op social media en veroorzaken opwinding in samenleving én politie. Politiebonden doen ons geloven dat geweld tegen de politie tot breed nationaal tijdverdrijf is verworden, waar de korpsleiding natuurlijk wéér geen oog voor heeft. De korpschef kiest de vlucht vooruit en maant ‘dit treuzelkabinet’ nu eindelijk eens met de taser over de brug te komen. Dat is kennelijk het middel tegen alle kwalen. De minister van Justitie en Veiligheid weet niet hoe snel hij zijn ondersteuning daarvoor moet uitspreken.

Het proces volgde keurig alle leerboekjes over moral panics. Er gebeurt een opvallend incident dat raakt aan al sluimerende zorgen in de samenleving. Emoties laaien op, nog Lees verder

14
mrt

Effecten van communicatie rond de aanpak van woninginbraken

In recente tweets rond het recent gepubliceerde onderzoek van Investico naar de betrouwbaarheid van politiecijfers heb ik enkele malen gerefereerd aan een onderzoek naar politiecijfers in vergelijking met cijfers uit Veiligheidsmonitor en van verzekeraars. Dat onderzoek is Eysink Smeets, M., M. Jacobs, P. Foekens en J. Maessen (2017), Effecten van communicatie bij de aanpak van woninginbraken, LEV/EMMA, Amsterdam. Hieronder zijn de aanleiding, vraagstelling, bevindingen en conclusies van dat onderzoek kort samengevat. Lees verder

22
dec

De echte ondermijning zit in de algemene onvrede

Versnelling

Het was niet de eerste keer dat Tjeenk Willink hierop wees, hij is ook zeker niet de enige.  De erosie van de rechtsstaat is dan ook al langer aan de gang. Maar in de afgelopen jaren lijkt daar nog een extra versnelling in te zijn gekomen. De combinatie van verregaande bezuinigingen, een technocratische sturingsfilosofie en door social media aangejaagd Lees verder

22
feb

Wie nog weet wat ondermijning precies is, mag het zeggen

Na jaren van beperkte aandacht is het vraagstuk van ‘ondermijning’ nu een hot issue in veiligheidsland. Pieter Tops en Jan Tromp kregen zo, als het ware ‘buitenom’, voor elkaar wat eerder via de gebruikelijke communicatiekanalen ‘binnendoor’ niet lukte. Met hun boek De achterkant van Nederland brachten zij het ondermijningsvraagstuk een fors aantal treden hoger op de bestuurlijke agenda. Inmiddels is er geen organisatie meer in het veiligheidscomplex dat géén aandacht voor ondermijning zegt te hebben. En als kers op de taart kwam vorig week ook een Landelijk Strategisch Overleg Ondermijning voor het eerst bij elkaar.

Het lijkt mij een prima zaak dat we de aanpak van ondermijnende criminaliteit een extra impuls geven. Maar er knaagt ook wat. Want het begrip ondermijning bekt lekker, maar het lijkt wel alsof iedereen er wat anders onder verstaat. En kan het zijn dat we ook wat boter op het hoofd hebben? Waardoor het pad naar een succesvolle aanpak weleens glibberiger Lees verder

31
dec

Over nieuwe (on)veiligheid en de Stupidity Paradox…

Het is nog maar kortgeleden dat je op ons voor de veiligheid meest belangrijke departement – het Ministerie van Veiligheid en Justitie – vooral jubelverhalen hoorde over de staat van criminaliteit en veiligheid in Nederland. De criminaliteit daalde immers al jaren gestaag en zojuist was eindelijk de Nationale Politie tot stand gebracht: die zou de nog resterende criminaliteit ongetwijfeld een volgende slag toebrengen. Kortom: op het gebied van criminaliteit en veiligheid hadden we voorlopig weinig te vrezen. In de aanloop naar de verkiezingen van 2016 droeg ook minister-president Rutte die boodschap nog eens uit: ‘Nederland wordt steeds veiliger!’

Wie louter keek naar de criminaliteitscijfers kon ook gemakkelijk tot die conclusie komen. Die lieten immers – vanaf pakweg de eeuwwisseling – een ongekende daling zien van de criminaliteit, een ontwikkeling die bestuurders en beleidsmakers vanzelfsprekend met graagte omarmden als de vrucht van hun nimmer aflatende inspanningen. Dat de crime drop zich overal in de ontwikkelde wereld voordeed, ongeacht het gevoerde beleid, werd daarbij maar even buiten beschouwing gelaten. Net als dat we maar liever niet keken naar early warning signals die leken te zeggen dat de criminaliteit niet alleen daalde, maar ook Lees verder

28
nov

De onverstandige bezuiniging op de Veiligheidsmonitor

Dat het nieuwe kabinet extra investeringen doet in de veiligheid zal niemand zijn ontgaan. Minder aandacht krijgt het dat óók er wordt bezuinigd. Op preventie, maar ook bijvoorbeeld op de zogenaamde Veiligheidsmonitor. Dat lijkt me op meerdere gronden erg onverstandig.

Deze week behandelt de Tweede Kamer de begroting van het ministerie van Justitie en Veiligheid. In het regeerakkoord is voor dat departement een fors aantal miljoenen extra gereserveerd. Voor versterking van de politie, voor de aanpak van cybercrime of terrorisme en voor een intensivering van de aanpak van ondermijning. Niks te klagen dus, zou je zeggen.

In al dat miljoenengeweld zou je echter gemakkelijk over het hoofd zien dat de J&V-begroting van dit jaar ook een paar opmerkelijke bezuinigingen bevat. De eerste is de forse korting op het budget van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV), het landelijk expertisecentrum dat gemeenten ondersteunt bij het vormgeven van hun veiligheidsbeleid. Dan kan je de politie wel geld extra geven, maar als je dan tegelijkertijd bezuinigt op het meer preventieve veiligheidsbeleid van gemeenten span je het paard achter de wagen. Vorig jaar stak de Tweede Kamer al terecht een stokje voor deze bezuiniging, wat voor het departement geen reden was om dit jaar niet weer precies dezelfde bezuiniging op te voeren. Inmiddels ligt er dan ook wederom een – ook door mij van harte ondertekende – petitie in de Tweede Kamer om deze onverstandige bezuiniging terug te draaien.

Een tweede bezuiniging heeft echter nog minder aandacht gekregen: die op de Veiligheidsmonitor, het grootschalige onderzoek over veiligheid onder de Nederlandse bevolking. Dat onderzoek brengt jaarlijks in kaart hoe vaak burgers slachtoffer zijn geworden van uiteenlopende vormen van criminaliteit, of zij daarvan aangifte hebben gedaan, hoe veilig zij zich voelen en hoeveel vertrouwen zij bijvoorbeeld hebben in de politie. Precies die onderwerpen dus waar de laatste tijd veel ophef over is geweest. De politie gaf immers aan op veel criminaliteit geen zicht te meer hebben. De aangiftebereidheid van de burger zou dalen. En het vertrouwen in de politie zou onder druk staan, net als de relevantie en geloofwaardigheid van de officiële politiecijfers. Dan is het dus zaak heel zuinig te zijn op een instrument dat precies op dat soort zaken een onverdacht licht werpt. Het omgekeerde gebeurt echter: op bureaucratisch-boekhoudkundige gronden wordt de veiligheid van de burger voortaan niet meer jaarlijks, maar eens in de twee jaar gemeten. “Dan zien we de trends ook wel”. Ongetwijfeld, maar een stuk minder scherp. Terwijl het veiligheidslandschap op dit moment zo snel verandert dat we eerder vaker dan minder vaak zouden moeten monitoren.

De bezuiniging staat ook nog eens op gespannen voet met de recente aanbevelingen van de commissie Kuijken. Die constateert immers dat het dringend noodzakelijk is dat de politie meer inzicht krijgt in de effecten van haar inzet. De commissie bepleit daarom de inrichting van een aparte evaluatie- en monitoreenheid. Een – liefst nog verder verbeterde – Veiligheidsmonitor kan daarvoor essentiële input leveren. Zeker omdat deze laat zien dat de uitwerking van veiligheids- en politiebeleid op het publiek soms anders is dan verwacht. Dan past het niet deze zo ongemerkt te halveren.

In het Regeerakkoord benadrukt het nieuwe kabinet dat het er niet alleen om gaat dat Nederland veiliger wordt, maar dat het minstens zo belangrijk is dat dat door burgers ook zo wordt ervaren. De voorgestelde bezuiniging laat zien dat we weliswaar zeggen dat de veiligheid van de burger belangrijk is, maar dat daarmee voeling houden kennelijk geen geld mag kosten. Als ik de Tweede Kamer was, zou ik daar toch anders over denken. Als we de burger wérkelijk belangrijk vinden: let’s put our money where our mouth is.